Geplaatst op 28-10-2010
spaarndam – Als een voetballer een tik in het gezicht krijgt, onderzoekt hij steevast vol paniek of er bloed uit het minuscule wondje druppelt. Wielrenners steken anders in elkaar. Die stappen na een geweldige smak op het asfalt direct weer op de fiets om de wedstrijd te vervolgen. Voor watjes is in het peloton geen plaats. Ook niet bij de jeugd.
Op 1 januari van het komend jaar gaat het contract in dat de talentvolle Spaarndamse wielrenner Dilan van der Aar voor minimaal een jaar aan zijn nieuwe ploeg Koopmans Cube Cyclingteam bindt. Niet dat zijn huidige formatie hem zat is. Integendeel. SinnigeBouw Wielerteam biedt slechts onderdak aan talentvolle eerste- en tweedejaars junioren. Dilan vertoefde er twee jaar en is de formatie letterlijk ontgroeid: op 9 januari wordt hij 19 en treedt hij toe tot de beloften/elitepeloton.
Bij Sinnige ontpopte Van der Aar zich als een ouderwetse bikkel die bovendien over het nodige koersinzicht beschikt. ,,Ik heb op dat gebied de afgelopen twee jaar heel veel geleerd’’, zegt Dilan die pas sinds zijn 15de serieus met wielrennen bezig is. ,,Ik heb geleerd het moment aan te voelen wanneer je mee moet als er een kopgroep ontstaat. Als je kunt inschatten wanneer een vlucht doorslaggevend is, win je nooit een koers. Ik weet dat ik in potentie beschik over een goed koersinzicht en weet wanneer ik mee moet springen. Maar in het wielrennen is willen niet altijd hetzelfde als kunnen.’’
Dilan van der Aar legt de problematiek uit met een voorbeeld. ,,Tijdens een koers in Vlaanderen tegen de Franse grens, zat ik in het tot 25 renners uitgedund peloton. Ik zag een groepje wegrijden en wist dat die jump beslissend was. Ik voelde direct dat ik mijzelf zou opblazen als ik meesprong. Dus schreeuwde ik naar een teammaat: ‘gaan! Nu!’ Hij werd vijfde in de kopgroep die weg bleef.’’
Denk niet dat dergelijke wegwedstrijden voor eerste- en tweedejaars junioren (renners van 17 en 18 jaar oud) kinderspel is. Van der Aar en zijn collega’s raffelen menig koers af met een gemiddelde dat boven de 47 kilometer per uur ligt. Hoewel de vele klassiekers en semiklassiekers die de ‘jonkies’ voor de kiezen krijgen, ingekorte uitvoeringen zijn van de profkoersen, is het regelmatig gruwelijk afzien geblazen. En dat is precies waarin de Spaarndammer uitblinkt.
De werkwoorden opgeven en afstappen zijn hem vreemd. Zelfs tijdens de zware Vlaamse semiklassieker Kuurne – Brussel – Kuurne die op 28 februari van dit jaar onder barre weersomstandigheden werd verreden, haalde Dilan van der Aar de finish. Terwijl Bobbie Traksel bij de profs de helletocht over 194 kilometer won, knokten 175 junioren om de titel van de verkorte versie over 116 kilometer.
Slechts 25 tieners wisten de finish te halen. Storm, regen, hagel bij een temperatuur die nauwelijks boven het vriespunt uitkwam, werd er geleden. Ook door Dilan van der Aar. ,,Al na 40 kilometer werd ik gelost. Reed ik daar in m’n eentje in de kou met overal omgewaaide bomen op de weg.’’ Van der Aar reed 76 kilometer solo. Aan opgeven dacht hij geen moment. ,,In een interview vertelde Bobbie Traksel dat hij nog nooit zo’n pijn in z’n handen had gehad. Ik begreep precies wat hij bedoelde, want ik voelde precies hetzelfde.’’
Zoals het een wielrenner betaamt, schreeuwt Dilan niet van de daken tot welke grootse daden hij toekomstig in staat is. ,,Mijn ultieme droom is geld verdienen met wielrennen. Maar ik weet dat ik geen Mark Cavendish ben. Of Fabian Cancellara. Ik ben niet zo’n renner die vele grote wedstrijden gaat winnen. Ik zie mijzelf veel meer als een type Servais Knaven. Een soort wegkapitein waarop de ploeg altijd kan vertrouwen. Zo’n mannetje van alles. Dat ben ik ook. Ze kunnen mij in het voorjaar rustig in een waaierkoers neerzetten. Maar ook in wedstrijden in de Vlaamse of Waalse Ardennen voel ik me prima.’’
Tot het voorjaar houdt Dilan zijn conditie op peil door naast vele trainingen ook regelmatig de baan op te zoeken. En het strand. Zo behoort hij op 7 november tot de 500 deelnemers aan de strandrace Hoek van Holland – Den Helder. 140 kilometer rijden langs de vloedlijn. Nee, niet in een Hummer, maar op de mountainbike. Dilan van der Aar is een wielrenner; geen voetballer.
Bron: Rob Spierenburg / Haarlems Dagblad